CMV Spelregels 2019-2021 niveau 4

Er wordt gespeeld met Mikasa SV-2 (school) of Mikasa MGV-200 bal
 
Aanvang / beginbal
 
Na het fluitsignaal van de scheidsrechter/spelleider moeten de spelers de bal verplicht onderhands van achter de achterlijn over het net serveren, waarbij de bal het net mag raken. De speler die op de “mid-achter positie” (ruitopstelling) / “rechtsachter positie” (vierkantopstelling) komt, moet serveren.
 
Spelregels
 

  1. Het team is verplicht de bal in drie keer te spelen.
  2. Het eerste en het derde balcontact mogen met zowel de onderarmse als de bovenhandse volleybaltechniek gespeeld worden (niet vangen).
  3. Het tweede balcontact vindt altijd plaats met een verplichte vloeiende en niet-onderbroken vanggooi- of vangstootbeweging. Deze kan op vier manieren uitgevoerd worden:
    • met gestrekte armen onderarms vangen en voorwaarts gooien;
    • met gestrekte armen onderarms vangen en achterwaarts over het hoofd gooien;
    • met gestrekte armen onderarms vangen en vanuit een hoek gooien;
    • met gestrekte armen boven het hoofd vangen, inveren en uitstoten. Voorwaarts en achterwaarts
  4. Tijdens de vanggooi- of vangstootbeweging laat de speler zijn/haar voeten staan nadat hij/zij de bal gevangen heeft. Vanuit deze houding mag de bal in alle richtingen gegooid worden. De speler mag zich dus niet omdraaien.
  5. Tijdens de vanggooi- of vangstootbeweging mag de speler niet lopen met de bal.
  6. Tijdens de vanggooi- of vangstootbeweging mag de speler de bal maximaal 2 seconden vasthouden (één sec. om te vangen en één sec. om te gooien). De bal wordt tussen de handen geklemd, in één beweging naar beneden geduwd en weer weggegooid, of via een bovenhandse vang-stoot beweging weer weggegooid. 
  7. De tweede bal mag niet over het net gegooid worden.
  8. De opslag wordt verplicht onderhands uitgevoerd.
  9. Na drie opslagbeurten achter elkaar door dezelfde speler, moet de ploeg aan opslag een plaats doordraaien en slaat de volgende speler op.
  10. Indien een team uit meer spelers bestaat dan de 3 of 4 spelers die in het veld staan, moet er verplicht ingedraaid worden.
  11. Het indraaien door een wisselspeler geschiedt altijd op de opslagplaats als een nieuwe speler moet gaan opslaan.
  12. Er wordt niet meer doorgedraaid door het team dat de bal over het net speelde.
  13. Smash uit stand, pushbal of smash in sprong is toegestaan.
  14. Lijn en netfouten worden afgefloten
  15. Blokkeren is niet toegestaan.

Telling:

Rallypoint: elke fout levert een punt op voor de tegenstander.